Het Stoute Prinsesje

Er waren eens, lang geleden, een koning en een koningin die een mooie dochter hadden. Ze waren zielsgelukkig met hun lieve kleine prinsesje. Elke dag zei de koningin tegen haar dochter: ‘Dag mijn prinsesje, mijn dochtertje klein. Voor eeuwig zul je mijn lieveling zijn.’ En dan zei het prinsesje: ‘Dag koningin, mijn moedertje fijn. Voor eeuwig zal ik jouw lieveling zijn.’
Op een dag kwam de koning thuis van een lange reis. Op zijn reis had een oude zeeman hem een papagaai geschonken. ‘Kom eens kijken, prinsesje, wat een mooie vogel je vader heeft meegebracht!’, riep de koningin naar haar dochter. ‘Wat een prachtige veren’, zei de prinses. Vol bewondering keek ze naar de kleurige vogel met zijn kromme snavel. ‘Dat is nog niet alles’, zei haar vader. ‘Het bijzondere is dat hij kan praten. Tenminste, dat heeft die zeeman mij verteld. Als wij iets zeggen, zegt hij het misschien wel na.’ Maar wat ze ook zeiden, de papagaai zei niets. In plaats daarvan ging het prinsesje alles napraten. Bij alles wat de koning op de koningin zei, sprak het prinsesje het na. Zo ging het de hele dag door. ’s Avonds aan tafel had de koning er schoon genoeg van: ‘Het is zo wel leuk geweest, meisje. Houd er nu maar weer mee op.’ Maar de prinses antwoordde: ‘Het is zo wel leuk geweest, meisje. Houd er nu maar weer mee op.’ ‘Eet je aardappeltjes en houd je mond! ‘Eet je aardappeltjes en houd je mond!’

De volgende ochtend speelde de prinses in de paleistuin. De oude tuinman was de rozen aan het snoeien. Hij liep een beetje mank en had een kromme rug. De prinses deed hem precies na. Ze hield haar rug ook krom en ging ook langzaam strompelen. ‘Dag prinses’, zei de tuinman vriendelijk. ‘Probeer je mij na te doen?’ De prinses antwoordde hem met precies dezelfde woorden en deed ook zijn oude kraakstem na. ‘Wat is dat voor een raar spelletje?’, zei de tuinman boos. ‘Wat is dat nou voor een raar spelletje?’, zei de prinses en ze keek er ook boos bij. Zo ging het maar door. De prinses had niet door dat zij de enige was die het grapje nog leuk vond. Na een week had de papegaai nog geen woord gesproken, terwijl het prinsesje niet kon ophouden alles en iedereen na te zeggen. De koning en de koningin riepen ten einde raad de hulp in van de beste dokter van het land. Dat was een heel geleerde man met een raar stemmetje. Hij werd naar de prinses gebracht en zei: ‘We zullen eens kijken…’ ‘We zullen eens kijken…’, zei de prinses, terwijl ze ook het rare stemmetje van de dokter nadeed. De dokter keek verbaasd. Het prinsesje ook. ‘Vreemd’, zei de dokter. ‘Vreemd’, zei de prinses en zo ging het maar door. De dokter wist het ook niet meer. ‘Ik stel voor dat u een boswandeling gaat maken.’ ‘Ik stel voor dat u een boswandeling gaat maken’, zei het prinsesje.

Op het bospad kwam ze een heel oud vrouwtje tegen. De vrouw had een rimpelig gezicht en een kromme rug en ze liep met een stok. ‘Dag lief kind’, zei de vrouw en natuurlijk zei de prinses hetzelfde. Daarbij deed ze de vrouw precies na, met kromme rug en stok en al. ‘Wat ben jij een stout meisje. Je lijkt wel een papegaai!’ De vrouw zwaaide met haar stok en sprak een vreemde toverspreuk uit. Flits! Het volgende moment was de prinses veranderd in een papegaai. ‘Dat krijg je ervan als je zo graag wilt papegaaien!’, zei de oude vrouw, die in werkelijkheid een heks was. ‘…Als je zo graag wilt papegaaien!’ riep de papegaai en vloog weg, terug naar het kasteel.

De koning en de koningin keken verbaasd op toen de vogel door het open raam de troonzaal binnenfladderde. Hij daalde neer op de stok naast de troon. ‘Wat krijgen we nou?’, riep de koning. ‘Wat krijgen we nou?’, herhaalde de papegaai. ‘Hé, deze kan het wel!’, lachte de koningin. ‘Hé, deze kan het wel!’, zei de papegaai. Ondertussen wist niemand waar de prinses was en de hele hofhouding ging naar haar op zoek. Maar de prinses werd nergens gevonden. Binnen een paar dagen wisten alle mensen in het land dat de prinses werd vermist. Iedereen hielp mee zoeken. De koning loofde een hoge beloning uit voor degene die de prinses zou vinden, maar ook dat leverde niets op. Wat waren ze allemaal bedroefd!

Op een dag stond de koningin weer eens te treuren bij het portret van haar dochter, dat in de troonzaal hing. De papegaai zat naast haar op de stok. De koningin snikte: ‘Dag mijn prinsesje, mijn dochtertje klein. Voor eeuwig zul je mijn lieveling zijn.’ Toen zei de papegaai: ‘Dag koningin, mijn moedertje fijn. Voor eeuwig zal ik jouw lieveling zijn.’ Op het moment dat de koningin die woorden hoorde, kreeg ze tranen in haar ogen en een brok in haar keel. Ze keek naar de papegaai, toen naar het schilderij van haar dochter en weer naar de papegaai. Op slag veranderde de papegaai in de prinses. De betovering was verbroken. Haar dochter was terug! Het napraten had ze voor eeuwig afgeleerd. En ze leefden nog lang en gelukkig.

 

dit sprookje is verzonnen door de Efteling en hij staat geloof ik ook nog in het sprookjesbos. het is geen bekend sprookje.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s