De Gelaarsde Kat

Een molenaar liet aan zijn drie zoons als enig bezit zijn molen, een ezel en een kat na. De oudste zoon kreeg de molen, de middelste zoon de ezel en de jongste zoon alleen de kat. De jongste zoon klaagde: ‘Wat moet ik met een kat? Zonder molen en ezel kan ik niet werken. Moet ik soms van de honger omkomen?’ De kat zei: ‘Wees niet bedroefd, baas. Geef mij maar een zak en laat me een paar laarzen maken. U zult zien dat u er heus niet zo slecht aan toe bent!’ De kat kreeg wat hij had gevraagd, deed de laarzen aan, hing de zak om zijn hals, en liep naar een berg, waar een groot aantal konijnen huisde. Hij stopte zijn zak vol distels en zemelen en ging heel stil liggen. Al snel kwam er een konijntje op de lekker hapjes af en kroop in de zak. Trots op zijn buit ging hij naar het paleis van de koning. De kat maakte een diepe buiging en zei beleefd: ‘Kijk eens, Sire, de markies van Carabas (deze naam had hij voor zijn baas verzonnen) heeft mij bevolen u dit konijntje te brengen.’ De koning knikte vriendelijk: ‘Zeg aan uw meester dat hij mij een groot genoegen heeft gedaan!’ Op een andere dag verborg de kat zich in een korenveld en ving twee patrijzen. Weer ging hij naar de koning. En zo bleef de kat maar geschenken brengen aan de koning.

Op een goede dag hoorde de kat dat de vorst met zijn dochter langs de rivier zou gaan rijden. Hij zei tegen zijn meester: ‘Wanneer u mijn raad opvolgt, wordt u een rijk man! U hoeft alleen maar te gaan baden in de rivier, op de plek die ik u zal wijzen. De rest regel ik.’ De ‘markies van Carabas’ deed precies wat de kat hem had verteld. Nauwelijks was hij in de rivier aan het baden of daar kwam de koning aan gereden. De kat begon uit alle macht te schreeuwen. ‘Help, help, de markies van Carabas verdrinkt!’ Ogenblikkelijk stak de koning zijn hoofd uit de koets. Toen hij de kat herkende, die hem zoveel heerlijk wild had gebracht, beval hij zijn dienaren de markies dadelijk te hulp te snellen. Snel liep de kat naar de koets en vertelde de koning dat zijn heer bestolen was: ‘Toen de markies de rivier in sprong voor zijn bad kwamen er dieven die zijn kleren meenamen!’ De koning wist niet dat de kat de kleren stiekem onder een grote steen had verborgen. ‘Dan laat ik nu één van mijn mooiste kostuums voor de markies halen’, sprak de koning. Met deze mooie kleding aan had de jongste molenaarszoon meteen de aandacht van de prinses. De koning, die niet wist dat het om een molenaarszoon ging, zei: ‘Kom, heer Carabas, stap in en rijd met ons mee!’ De kat, verrukt dat zijn plan zo goed slaagde, ging met grote sprongen vooruit en toen hij zag hoe de boeren in het land aan het maaien waren, riep hij luid: ‘Hé mensen, daar komt de koning aan en als jullie niet zeggen dat al dit maailand aan de markies van Carabas behoort, dan zwaait er wat!’ Toen de koning vroeg aan wie het land toebehoorde, spraken de boeren keurig: ‘Aan de markies van Carabas!’ De kat, die nog steeds vooruit rende, ontmoette nu een paar korenmaaiers. ‘Hé mensen,’ riep hij luid, ’daar komt de koning aan en als jullie niet zeggen dat al dit koren aan de markies van Carabas behoort, dan zwaait er wat!’ Toen even later de koning vroeg van wie toch al die mooie korenvelden waren, riepen de korenmaaiers keurig: ‘Van de markies van Carabas, Sire!’ En zo ging de kat maar door. De koning, die de leugens niet doorhad, was erg onder de indruk over alles wat de markies van Carabas bezat. In werkelijkheid behoorde al het land echter toe aan een reus. Toen de kat, die nog steeds vooruit liep, bij het kasteel van de reus aankwam, viste hij uit wat voor type die reus wel was en of hij kon toveren. Daarna liet hij zich bij de reus aandienen en zei deftig: ‘Heer, ik wilde niet in de omgeving van uw kasteel komen, zonder de eer te genieten u te ontmoeten.’ De reus ontving hem zo vriendelijk als voor een reus mogelijk was. ‘Men heeft mij verteld,’ zei de kat, ‘dat u zeer begaafd bent. Kunt u zich werkelijk in allerlei dieren veranderen?’ ‘Ja zeker’, antwoordde de reus bars, en prompt veranderde hij in een enorme leeuw. ‘Ongelooflijk,’ zei de kat, ‘ik ben werkelijk onder de indruk. Maar kunt u zich als grote reus ook veranderen in een klein dier, zoals een muis? Dat lijkt me haast onmogelijk.’ ‘Onmogelijk?’, tierde de reus, en op hetzelfde ogenblik trippelde er een kleine, grijze muis over de vloer. Meteen had de kat hem te pakken en… at hem op.

Intussen was de koning het prachtige kasteel genaderd en wilde het graag vanbinnen bekijken. De kat liep hem vlug tegemoet, maakte een buiging en zei: ‘Wees welkom, Sire, in het kasteel van de markies van Carabas.’ Hoogst verwonderd keerde de koning zich tot de markies en vroeg: ‘Is dit ernst? Bezit u ook al dit kasteel?’ ‘Kom toch binnen’, sprak de kat. In het kasteel stond een heerlijke maaltijd te wachten. Die was natuurlijk van de reus geweest, maar dat vertelde de kat niet. Onder het eten sprak de koning, die nog altijd erg onder de indruk was van zoveel rijkdom: ‘Als u wilt, markies van Carabas, kunt u met mijn dochter trouwen.’ Met een diepe buiging dankte de markies hem en nog diezelfde dag werd de prinses zijn vrouw. ‘Ik zei toch dat u er met mij niet zo slecht aan toe was’, fluisterde de kat zijn meester zachtjes toe. De kat werd Opperkasteelmeester en bleef de markies nog jarenlang trouw.

bron: http://www.efteling.com/NL/Over-de-Efteling/Efteldingen/Efteldingen-Sprookjes/De-Gelaarsde-Kat.html

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s